Advertentie:

(Klik op de advertentie.)
* * * * * * * * * * * * * * * * * * LEUKE BOEKEN VOOR UW VAKANTIE:. Klik op de boeken voor meer informatie. .

Onmacht

Je hebt kanker.

Je wil dan natuurlijk zo snel mogelijk geholpen worden, maar de praktijk is toch anders. Als ik op 5 juli te horen krijg, dat ik agressieve prostaatkanker heb, ga ik er van uit, dat de ziekte half september uit mijn lichaam verdreven zal zijn. Niets is minder waar en nieuwe afspraken maken met Instituut Verbeeten en ziekenhuis zijn alleen maar tegenvallers voor mij, die wel geestelijk verwerkt moeten worden. Ik ben ook maar een mens.

 

Op donderdag 19 juli zit ik in het Tilburgse Verbeeten Instituut tegenover een vrouwelijke radioloog-oncoloog. Ik ga deze middag met deze dokter de behandelingen doornemen, die het artsen-team voor mij heeft uitgekozen.

"We beginnen met bicalutamide tabletten, een per dag en in totaal dertig dagen lang. Een week na de eerste pil krijg je een hormooninjectie. Deze kuur gaat de groei van de kankercellen in de prostaat afremmen."

Ik knik begrijpend. "Zijn er ook bijwerkingen?"

De dokter knikt bevestigend: “Je kunt onder andere opvliegers krijgen en humeurig worden."

“Typisch vrouwelijke kenmerken," zeg ik glimlachend en kijk de dokter aan. "Krijg ik ook de drang om een jurkje te gaan kopen?"

De arts schiet in de lach en als ze weer wat op adem is gekomen, antwoord ze: "Die bijwerking heb ik nog niet meegemaakt. Maar wel libidoverlies hoort erbij." 

Lachend maakt ze notities.

"Sorry voor de grap in deze situatie, maar ik moet mijn humor niet verliezen. Dat houdt me optimistisch." Ik maak met mijn hand een verontschuldigend gebaar.

"Is goed." Glimlachend kijkt ze op van haar notitieblok en vervolgt: "Dan ga ik een afspraak maken om goudmarkers in de prostaat te laten plaatsen."

"Word ik weer een beetje meer waard," grap ik tussen door. Opnieuw verschijnt er een glimlach op het gezicht van de dokter, maar ze gaat verder met de uitleg.

"Daarna, tenminste een week later, omdat de gemaakte wondjes bij deze ingreep eerst moeten genezen, maken we een MRI- en CT-scan en brengen we een tattoo aan. Dit allemaal om de precieze plaats voor de bestraling te bepalen, zodat we geen andere organen raken, maar alleen de kankercellen vernietigen. En dan beginnen de bestralingen, zeven weken lang elke werkdag. In totaal dus vijfendertig keer. Intussen geven we je elke drie maanden een hormooninjectie. Dit blijven we ongeveer drie jaar doen."

Ik heb het hele verhaal – ondanks de grappen tussendoor – aandachtig aangehoord. Zelf had ik een andere planning in mijn hoofd. Snel beginnen met de bestraling, intussen wat pillen slikken en begin september is Henkie klaar met de bestralingen. Genezen, kanker weg.

Maar nu komt er toch minstens een maandje bij, besef ik.

"Het kan natuurlijk altijd zo zijn, dat we de behandelingen aan de situatie moeten aanpassen,” gaat ze door. “Hoe reageer je op de pillen, injecties en de bestraling? We moeten dat afwachten.”

Ze legt haar pen neer.

Alles duidelijk? Zijn er nog vragen?" De oncoloog kijkt me vriendelijk aan. Ze scheurt haar notities van de blocnote en schuift die over tafel naar mij toe. “Goed, dat ze alles voor me heeft opgeschren, want ik zit hier alleen. Er valt een stilte, want ik laat nu alles eens goed bij me binnenkomen.

"Denk maar even na. Ik ga intussen een paar zaken voor je regelen.” De dokter loopt het kantoor uit, terwijl ik de notities ga bestuderen.

Doktersschrift, bijna onleesbaar.

 

Even later is ze weer terug. "Nog vragen?"

"Ja," begin ik weifelend. "Ik heb uw schrift een beetje proberen te ontcijferen."

De arts glimlacht.

"Met wat ik onthouden heb, ben ik eruit gekomen," ga ik verder. "Ik euh...”

Ik probeer de data van de afgelopen maanden naar boven te halen en ga verder: "In februari heb ik controle gehad bij de uroloog en is alles goed bevonden. De PSA-waarde in mijn bloed was twee jaar terug 17,0 en toen gezakt naar 1,5. Prima dus. Op 23 mei wordt er voor alle zekerheid wat weefsel uit de prostaat gehaald en is de conclusie: agressieve kanker. Drie maanden later! Na een botscan en pas op zesentwintig juni een PET-PSMA-scan krijg ik op 5 juli de mededeling, dat er geen uitzaaiingen zijn. Mooi dus, maar we zijn wel weer een maand verder."

Ik haal even rustig adem en kijk de dokter recht in de ogen.

"Wie garandeert me, nu twee maanden na de vaststelling van de kanker en bijna een maand na de constatering dat er geen uitzaaiingen zijn, dat er nu die nu nog niet zijn?"

De arts gaat meteen hierop in.

"In uw geval zullen uitzaaiingen langzaam komen. Bovendien beginnen we overmorgen meteen met de tabletten, die al remmend werken. Honderd procent garantie kunnen we als arts nooit geven, maar we verwachten geen problemen."

"Oké," ik ben een beetje gerustgesteld. Een beetje.

Met toch nog gemengde gevoelens loop ik naar het secretariaat van de arts.

"Meneer van Oosterhout?"

De secretaresse kijkt me aan.

"Nee," antwoord ik, "van Oosterwijk, maar dat scheelt maar dertig kilometer!" Het is een grapje, dat ik bij dit soort vraag altijd erin gooi.

De secretaresse glimlacht. "Sorry, hoor." Ze kijkt in een stapel paperassen. "Ik kan nu de afspraken niet rond krijgen. Het loopt tegen het einde van de middag, maar ik bel u morgen zeker op."

Ik knik.  "Dat is prima. Tot horens."

Ik loop naar de grote entreehal, bel mijn taxi, die een half uur later voorrijdt om me naar huis te brengen. Echt gelukkig voel ik me niet.

 

Die vrijdag gaat snel voorbij. Broer Wim met zijn vrouw Lia komen op bezoek en we kijken naar de Tour de France. Er komt geen telefoon.

Rond vijf uur komt zoon Raymond binnen.

"Waarom neem je de telefoon niet op, pa? Ik heb wel vijf keer gebeld!"

Ik kijk verrast op. Vijf keer gebeld? Hoe kan dat? Ik heb niets gehoord, terwijl mijn mobieltje voor me op de salontafel ligt. Ik pak de telefoon van tafel. Verdorie, ik heb gisteren het geluid uitgeschakeld. Op het schermpje zie ik, dat het Verbeeten Instituut driemaal gebeld heeft. Ik kijk op de klok. Tien over vijf, te laat om terug te bellen.

Morgen dan maar.

 

Op zaterdagmorgen bel ik het instituut, maar dat is in het weekend gesloten. Dan valt er die middag een enveloppe op de deurmat. Ik open de brief en lees met een opnieuw onrustig gevoel de vermelde afspraken door. Op 29 augustus zullen de goudmarkers geplaatst worden, lees ik, en op 24 september volgen dan de scans. De bestraling zal in Breda plaatsvinden en is nog niet ingepland. Na een kort rekensommetje bedenk ik, dat ik met de bestralingen pas eind november, begin december klaar zal zijn. In een boze reactie smijt ik de enveloppe, brieven en bijgesloten folders door de woonkamer. Dit kan toch niet! En uitzaaiingen? Wat gebeurt daarmee in de komende maanden? Is dit wel in de hand te houden?

Moedeloos raap ik de papieren weer bij elkaar.

 

De onmacht in dit hele gebeuren sloopt me.

Niet lichamelijk, want opvliegers en humeurigheid zijn me tot nu toe bespaard gebleven. Gelukkig bij deze temperatuur van vijfendertig graden!

Maar geestelijk ben ik neergehaald. Gevloerd.

Mijn planning van begin juli, dat ik eind september klaar zal zijn met de bestralingen, valt helemaal in het water.

Een heel weekend loop ik rond met allerlei gedachten en twijfels.

Op maandag bel ik naar het Verbeeten Instituut, maar dat verandert niets aan de situatie.

“De doctoren weten wel, waar ze mee bezig zijn,” krijg ik te horen. “En de scans kunnen niet eerder ingepland worden.”

Het stelt me niet gerust en ik bel de huisarts.

De dood, daar ben ik niet bang voor. Maar de familie. De gedachte aan kleinkinderen en kinderen geven me kracht.

Daarbij moet ik niet zo dramatisch doen, want vijfennegentig procent van mannen met prostaatkanker wordt genezen verklaard.

“En bovendien,” vertelt mijn huisarts me, “zijn er oude mannen aan allerlei kwaaltjes gestorven, die - na sectie - ook nog prostaatkanker bleken te hebben.”

Dus waarom maak ik me druk?

 

Intussen ben ik al meer dan een week met mijn pillen kuur bezig, waardoor de groei van de kankercellen geremd wordt, en heb ik afgelopen vrijdag (27 juli) de eerste hormooninjectie gehad.

Wat kan me gebeuren?

Eind december zit ik aan het Kerstdiner weer gulzig een groot stuk kalkoen weg te werken met een lekker glaasje wijn in de hand.

Genezen verklaard.

© Henk M. van Oosterwijk