Advertentie:

(Klik op de advertentie.)
* * * * * * * * * * * * * * * * * * LEUKE BOEKEN VOOR UW VAKANTIE:. Klik op de boeken voor meer informatie. .

Een emmer zweet

Bij de reacties van mijn vorige verhaal ‘Onmacht’ kom ik ene Richard tegen, die me plotseling doet herinneren aan een zweterig voorval. Ik heb dikwijls mensen zien transpireren. Bij zware arbeid, bij te hoge temperatuur in een feestzaal of – zoals vorige week - bij tropische temperaturen.

Zelf kan ik er ook wat van; als ik vorige week maar een balpen verlegde, stroomde het water vanaf mijn achterhoofd de nek in.

U weet, dat ik altijd waargebeurde verhalen schrijf, zoals ikzelf ze herinner. Nou deze geschiedenis overtreft alle zweettaferelen, die je ooit hebt gekend. Luister.

 

Het is in de jaren 80 van de twintigste eeuw.

Voor ik afzwaai als kastelein, heb ik nog een formidabel idee: een kasteleins driebanden biljarttoernooi organiseren onder de Rijense horecaondernemers!

Hoe verzin je het, niewaar.

Café en restauranthouders naar een etablissement lokken om daar vier doordeweekse dagen een onderlinge strijd op het groene laken uit te vechten. Dat moet een feest zijn!

En dat wordt het ook.

Via loting komt het eerste toernooi bij café-restaurant 't Hoekske terecht, momenteel zeer bekend als 't Vermaeck. Jantje Janssen runt samen met zijn vrouw Toos in die tijd de zaak naast de ingang van vliegveld Gilze-Rijen.

Acht kasteleins schrijven in voor dit driebandentoernooi. Ik hoop de juiste namen te noemen, want het archief heb ik indertijd aan anderen overgedragen. 

Volgens mij spelen mee: Louis Nooten van Hotel Nooten, Richard Dreijer van Restaurant Oase, Gerrit Wouters van 't Stationskoffiehuis, Nolleke Vromans van Plankenwammes, Kees Bink van De Drie Linden, Jan van Galen van bar ’t Pulleke (kan ook nog Ton Bierman geweest zijn, toen heette het de Ricardo Bar en na ’t Pulleke werd het ’t Hangijzerke van Helmus Theeuwes. Dit even terzijde.). Verder  Jantje Jansen natuurlijk, en ikzelf van 't Halve Maantje (nu bekend als Spijs en IJs).

Het wordt een grandioos succes en een groot feest, want elke kastelein brengt zijn eigen publiek mee. En leer kasteleins feesten, hè.

Vraag me niet, wie die eerste kampioenstitel gewonnen heeft, want dat kan ik me niet meer herinneren.

Het staat vast, dat dit succes tot een vervolg zal leiden. Het tweede jaar, ik denk bij Hotel Nooten gehouden, schrijven al meer ondernemers zich in en ook horeca uit Gilze meldt zich latere jaren aan.

 

Dan komt het jaar, dat dit biljartcircus in De Drie Linden te Molenschot neerdaalt. Uitbater hiervan is Kees Bink, alom bekend in deze streken. Bij een voorbespreking van dit biljarttoernooi zitten we ’s middags in zijn zaak te vergaderen.

“Een moment,” zegt Kees plots rond kwart voor vier. Hij staat op, loopt naar de bar, pakt een zak snoep en gaat daarmee naar zijn entreedeur. We zien een aantal schoolkinderen buiten staan, die onderweg zijn van school naar huis. Kees deelt snoepjes uit aan hen. Dan sluit hij de deur weer, bergt zijn snoepzak op en zegt tegen ons: “Over tien jaor zèn da allemaol klaante hier!”

Zo zit Kees in elkaar: in de toekomst kijken!

Over hem kun je een boek schrijven. Een serie, denk ik.

 

Omdat er zoveel deelnemers aan het toernooi zijn, laten we een tweede biljart bijplaatsen en ook hier wordt het toernooi met groot succes afgewerkt.

Nu hebt u zijn naam al gelezen: Richard Dreijer. Hij doet vanaf het eerste jaar mee, kan geen hout van biljarten, maar is een kei in goochelen. Tussen het biljarten door vermaakt ie de deelnemers en bezoekers met zijn vingervlugge trucs. Dit jaar gaat hij echter iets speciaals doen: Kees Bink in tweeën zagen! En Kees heeft zijn medewerking beloofd.

 

Na de prijsuitreiking op de slotavond zal de act plaatsvinden.

Met enkele helpers wordt de kist, waarin Kees moet plaatsnemen, naast de biljarttafels opgesteld en de zaag klaar gelegd. Kees krijgt het er al een beetje warm van, maar dat kan ook veroorzaakt zijn door enkele jonge jenevertjes. Met toch vrolijke tegenzin en een hoop geouwehoer stapt Kees in de kist. Bereidwillige handen maken zijn stropdas wat ruimer, zodat onze durfal wat meer lucht kan krijgen. 

Dan gaat de klep van de kist dicht en worden de sloten vergrendeld. Aan het ene eind van de kist steken voeten naar buiten, aan de andere kant het rode hoofd van de kastelein.

Dan verschijnt Ricardo, Richard dus, met een kettingzaag in zijn hand. Hij start het apparaat, dat wordt aangedreven door een benzinemotortje. De lawaai makende, knetterende zaag houdt hij schuin omhoog en geeft enkele keren een stoot vol gas.

Even vraag ik me af, of het slachtoffer in de kist wel een sterk hart heeft en kijk naar het uit het kop-eind stekende hoofd. Het is roder dan vuurrood en het zweet gutst van het gezicht af. ‘t Is net, of er een kraan open staat, zo transpireert de man. De zweetdruppels vormen een ware waterstraal en vormen een plas op de cafévloer.

Ik heb nog nooit iemand zo zien zweten!

 

Kees kijkt met grote ogen naar de kettingzaag en roept: “Da haaije we nie afgesproke!”

Richard laat het gelukkig niet lang duren, schakelt de kettingzaag uit, stelt Kees gerust en begint met de handzaag de werkelijke show en de kist in tweeën te zagen. U hebt de truc waarschijnlijk wel ergens gezien. Twee helften van elkaar af, weer tegen elkaar aan, sloten los en klep open.

En daar komt Kees omhoog, geheel ongeschonden maar wel zeiknat. Zijn witte overhemd kan als een dweil uitgewrongen worden. Volgens mij is hij in deze paar minuten wel een kilo of vijf afgevallen door vochtverlies!

Maar de truc en het toernooi zijn een succes en over de kettingzaag wordt nu - vijfendertig jaar later - nog steeds gelachen.

 

© Henk M. van Oosterwijk