Advertentie:

(Klik op de advertentie.)
* * * * * * * * * * * * * * * * * * LEUKE BOEKEN VOOR UW VAKANTIE:. Klik op de boeken voor meer informatie. .

Centje bijverdienen

Het kan soms raar gaan in het leven.

Ik praat nu over de tijd van begin jaren '90. Riet en ik varen een ZM-kruisertje van ongeveer zes meter lang, en onze vrienden Peter en Rietje een Verhoeven-kruiser met een lengte van acht meter zestig. Een Verhoeven-kruiser kent de gemiddelde watersporter wel, maar wat is een ZM-kruiser? Ik zal u uit de droom helpen: het is een Zelf Maaksel. Een polyester onderschip met een houten opbouw. En een plezier dat we met dit bootje, negen jaar lang, gehad hebben. Het is maar goed, dat bootjes niet kunnen praten!

 

Het gaat me echter niet om de kruisers, maar om de bijbootjes. Peter en ik hebben allebei nog een roeibootje met buitenboordmotor.

Zo gebeurt het, dat we samen aangemeerd liggen in het Middelgat van de Plomp, net waar de Sloot van Sint Jan de Plomp instroomt. Het Spaarbekken noemen wij deze plek.

Het is zaterdag en we zitten 's avonds lekker te borrelen, als rond de klok van elf een roeibootje langskomt glijden.

"Meneer," wordt er geroepen, "kunt u ons niet even naar de haven Vissershang slepen. We zijn verdwaald na een dropping. We zijn moe en komen waarschijnlijk te laat binnen." De droppelingen hebben waarschijnlijk onze volgbootjes zien liggen.

Peter reageert als eerste: "vur vijfentwintig gulden sleep ik oe er wel effe naor toe."

Ik kijk hem beduusd aan. Dat kun je toch niet maken.

"Akkoord," klinkt het verrassend uit het roeibootje.

"Vooruitbetalen," antwoord Peter weer. Ik zie een van de mannen naar zijn portemonnee grijpen en een geeltje (nu ongeveer elf euro) aan mijn maat geven.

"Vaorde mee?" Peter kijkt me aan.

"Oké," zeg ik, zoek mijn jas en pet op, want het is op en neer toch een uurtje varen en het kan kouder worden. We binden het dropbootje aan de Pioneer van Peter en weg zijn we.

 

Als we Vissershang naderen, zien we de silhouetten van het kleine vrachtschip van Frans Peeters voor in de haven liggen.

"Koppel ons hier maar af," zegt de betaler zachtjes tegen mij, "want anders ziet de organisatie, dat we gesleept zijn. Dit laatste stukje roeien we wel, dan hebben we waarschijnlijk nog gewonnen ook!"

Peter en ik kijken elkaar lachend aan, gooien de sleeplijn los en keren terug via Spijkerboor en de Sloot van Sint Jan.

 

Halfweg de Sloot ligt een bootje tussen het riet.

"Zijn jullie van de Don Pedro?"

"Kunnen jullie ons naar de haven slepen," klinkt het opnieuw uit het riet. "Hier is vijfentwintig gulden!"

Weer een gedropt gezelschap. 

"Die hebbe de vrouwe al gesproke," merkt Peter op. De vijf gedropten hebben het geld al verzameld, we pikken hun boot aan en slepen de nieuwe klanten weer naar Vissershang.

Als we terugkeren in de Plomp komen we nog diverse bootjes tegen met het verzoek hen te slepen, maar dat wordt door ons geweigerd. Het loopt al tegen één uur en we hebben intussen toch wel wat dorst gekregen.

De twee Rietjes zitten nog lekker aan een wit wijntje, als wij arriveren.

"Zo," zegt Peter tevreden, "effe vèftig gulde verdiend."

"Mar wij hebbe ok geld gebeurd," antwoord Rietje van Peter. "We hebbe die pakke wijn, die nie smôokte, aon de langskomende droppers verkocht en nog wa blikskes bier durbij!"

Eind goed, al goed, en we nemen er nog eentje.

 

Het is twee weken later en we liggen met onze boten op hetzelfde plekje in de Biesbosch, als er een meisjes van rond de veertien jaar met vier kleine meisjes van ongeveer tien, bij onze boten op de wal staan. Het is ook weer rond elf uur en pikkedonker. In de Biesbosch staan geen lantaarnpalen en het is nog eens zwaarbewolkt en 't regent af en toe.

Ze staan er met bemodderde schoenen en laarzen en vertellen ons, dat het groepje te voet door het Biesbosch land gaat. 

Wijzelf zitten met vieren in de boot, omdat het met regelmaat wat nat naar beneden komt.

"Meneer," begint het oudste meisje aarzelend, "we moeten naar het bruggetje van Sint Jan, maar we zijn verdwaald."

"Un dropping?" Ik kijk de groep verbaasd aan. "En te voet? Hedde gullie gin bôtje meegekrege?"

Het meisje schudt haar hoofd.

"Zèn jullie waoter overgestoke?" Ik zie nu dat hun broeken nat zijn.

Het meisje knikt. "En we zijn lastig gevallen door een paar jongens in een bootje!"

Ik zie, dat de kinderen bang zijn.

"Gij zijt nou aon de beurt om taxiboot te speule," hoor ik Peter achter me zeggen. "Eigelijk is ut onverantwôrd om die meiskes met dees weer en zo laot nog ut bos in te sture."

Hij heeft gelijk. Waarschijnlijk zal hun tocht niet door het water bedoeld zijn, maar doordat ze op de vlucht sloegen voor die jongens, zullen ze van het pad zijn afgeweken.

"Stap mar in, dan breng ik jullie wel effe." Ik loop naar mijn bijboot en help de kinderen in te stappen. Het is maar vijf minuten varen naar het bruggetje van Sint Jan, maar te voet kun je daar onmogelijk komen vanuit de plaats waar wij liggen.

 

Even later laat ik de boot tegen de wal naast het bruggetje glijden en de meisjes stappen uit. Op dat moment komen enkele ouderen, waarschijnlijk hun leiders, aanlopen. 

"Jullie zijn in overtreding," moppert de een tegen de kinderen, "en u had ze verdorie niet met de boot moeten brengen," wendt hij zich tot mij.

"Meneer," probeer ik ertussen te komen, maar die man gaat kwaad verder.

"We hebben hier een wedstrijd en die hebt u helemaal verstoord!"

Er volgt nog wat getier, terwijl mijn bloed begint te koken.

"Ge mot us goed luistere," verbreek ik zijn tirade, "Die meide komme nat en angstig bij oos aon. Ze zèn gevlucht vur un paor lastige jongus, zèn dan vermoedelijk  unne sloot overgestôke. Te voet konde ze hier nimmer kome. En gij zegt, da'k ze nie moes brenge? Wie stuurt er mèskes van tien dun Biesbosch in bij naacht? Gullie mot oew eige us nao laote kijke!"

Ik start de motor en vaar zonder om te kijken terug naar ons Rietje.

"De wereld is niet eerlijk," stel ik in mezelf vast, "de een speelt taxiboot en beurt vijftig gulden, de ander doet hetzelfde, maar krijgt op zijn donder."

Ik heb er met Peter en de Rietjes, die er natuurlijk hartelijk om moesten lachen, toch maar een lekker pintje op gepakt.

Copyright  Henk M. van Oosterwijk