Advertentie:

(Klik op de advertentie.)
* * * * * * * * * * * * * * * * * * LEUKE BOEKEN VOOR UW VAKANTIE:. Klik op de boeken voor meer informatie. .

Romantiek

Romantiek, wat is dat?

Ik denk, dat dit woord voor ieder mens een andere betekenis heeft. Zeker als we naar de generatieverschillen gaan kijken.

Neem nou mijn eigen kinderen. Hoe zij hun sfeervolle uurtjes met hun vrienden precies indeelden, weet ik natuurlijk niet. Wat ik wel weet is, hoe zij elkaar ten huwelijk vroegen.

 

Neem nou mijn schoonzoon Bart.

Hij had een restaurantje gereserveerd, zich in een goed pak gestoken en een Rolls Royce naar mijn dochter Susanne haar werk gestuurd, om ze op te halen.

Het meisje wist van niks.

Nou, meisje, ze woonden al tien jaar samen in Almere, een stad ver van haar geboortedorp Rijen vandaan. Susanne stapte in de Rolls uit 1970 en werd naar dat restaurant vervoerd. Daar zat onze Bart te wachten, ging op zijn knieën en vroeg haar ten huwelijk.

Is dat niet romantisch?

We praten er nog steeds over!

 

En dan zoon Raymond.

Hij had heel iets anders in gedachte.

Tijdens een carnavalsfeest stapte hij het podium op en vroeg, ‘of hij effe van de microfoon gebruik kon maoke.”

Dat mocht.

Of het nou zijn zenuwen waren, of de biertjes die hij al genuttigd had: het begon heel onromantisch.

“Wil Monique effe op het podium komen,” schalde het door de luidspeakers, terwijl - tot grote ontsteltenis en hilariteit van zijn vrienden – hij al bijna tien jaar met Lenie samenwoonde!

“Neije, doe toch maar oos Lenie,” herstelde hij zich. Gelukkig meldde Lenie zich en ging ook Raymond op zijn knieën met de woorden: “Wilde gij mee mèn trouwe.”

En dat wilde ze, ondanks de eerdere spreekfout.

Is dat niet romantisch?

Ook hier wordt nog dikwijls om gelachen.

 

Maar dan wijzelf, ons Riet en ik.

Natuurlijk was ik romantisch en hield ontiegelijk veel van haar. Maar onze tijden – in de zestiger jaren van de vorige eeuw – waren heel anders.

We hadden al acht jaar verkering, voor we trouwden, maar samenwonen? Nee, dat was er niet bij. Ge vree gewoon met elkaar en over trouwen werd alleen wat lachend gesproken. Bijna drie jaar woonde Riet bij onze ouders in. Ze had een eigen kamer en ik moest een kamer met mijn broertje Wim delen.

Riet spaarde voor haar uitzet, die netjes op zolder gestald werd tot het eens tot een huwelijk zou komen. Op mijn verjaardag kreeg ik een pollepelrek van haar met de woorden: “Komt straks goed van pas!”

Ik kan me niet herinneren, dat ik ooit gevraagd heb, of ze met me wilde trouwen.

Op een dag zij ze gewoon: “Ik ben naar de gemeente geweest en heb ons ingeschreven voor een woning!”

Maar ja, in die tijd was er een puntenstelsel en als we die berekeningen toepasten, zouden we op ons drieëndertigste eindelijk een woning krijgen!

We waren toen drieëntwintig!

 

Tot ik van mijn werk thuiskwam en zei: “Riet, we hebben een woning! Van mijne baos.”

En zes weken later waren we getrouwd.

 

Ik romantisch?

Natuurlijk wel. Ge kunt het helaas niet meer aan Riet vragen, maar geloof maar van mij, dat ik een idyllisch magische sfeer kon scheppen, als dat nodig was!

© Henk M. van Oosterwijk