Advertentie:

(Klik op de advertentie.)
* * * * * * * * * * * * * * * * * * LEUKE BOEKEN VOOR UW VAKANTIE:. Klik op de boeken voor meer informatie. .

Een jaar later

Steeds keren mijn gedachten terug bij dat ene moment. Telkens weer zie ik het gebeuren.

Ik laat ze toen binnen, de uitvaartbroeders.

Nee, een broeder en een zuster. Op een waardige manier en met behulp van een glijlaken schuiven ze Riet van het bed op de baar. Meteen in een grote kunststof zak. De rits gaat half dicht en de broeder vraagt:

“Wil er iemand nog iets zeggen?”

Ja, wat moet ik zeggen?

Riet, doe je ogen open. Zeg, dat het een grapje is en kus me. Dit is onwerkelijk. Ik moet ze overdragen, haar lichaam meegeven aan deze mensen. Maar ik wil ze hier houden. Bij mij, in huis. Haar verzorgen, haar kussen, haar liefkozen.

Ik schud langzaam mijn hoofd. 

Ik ken geen woorden, die bij dit afscheid horen, wat voor mij nog geen afscheid kan zijn. Geen gezegdes, die Riet tot leven wekken. Geen kreet, die haar doet opschrikken, recht zitten en mij omhelzen.

Ik kijk de man aan en hij begrijpt.

Ik buig voorover en kus haar.

Koud!

Wat is ze koud!

Ik schrik ervan, terwijl ik weet dat ze vertrokken is. Weggegaan uit het leven.

Haar leven. Mijn leven.

Onvoorstelbaar! Dit kan niet! 

Om vier uur is ze ingeslapen; straks wordt ze weer wakker en kijkt me met die alles veroverende glimlach aan. Ze kust me, maar .......

Koud.

Haar lippen zijn zo koud.

Het is onwerkelijk, niet te begrijpen.

Onbestaanbaar.

Ik richt me op en knik tegen de uitvaartdienders. De man schuift de ritssluiting van de lijkzak dicht. Ik zie haar gezicht langzaam verdwijnen achter de sluitende rits.

Ze rijden de baar naar buiten, bijgestaan door mijn kleinste kleinzoon. Hij weet zich ook geen houding te geven, moet iets doen en helpt zijn oma mee naar buiten. Ze schuiven Riet in de auto.

We staan erbij en kijken ernaar.

Wij, ik, mijn kinderen en kleinkinderen.

De auto vertrekt.

We blijven kijken, totdat het grijze mobiel om de hoek verdwijnt.

"Mijn vrouw is dood," zeg ik tegen een man, die net zijn hond uitlaat en op eerbiedige afstand het tafereel staat gade te slaan.

Hij knikt.

"Gecondoleerd en sterkte," zegt hij en loopt aarzelend verder, zijn hond manend om mee te gaan.

Ik voel me leeg.

Langzaam volg ik de kinderen, terug naar binnen. Fijn, dat ze er allemaal zijn.

Onwerkelijk, dat Riet er niet meer bij is.

 

 

Nu zijn we een jaar verder.

Ik heb af en toe zin om alles binnen handbereik kapot te slaan. Door de lucht te slingeren. In gruzelementen te rammen. Woede komt zomaar in me op en verduistert mijn geest. Het zijn maar seconden; maar wel heftig, pijnlijk en verscheurend. Het snijdt mijn adem af, drukt mijn borst ineen en vertroebelt mijn gevoel voor realiteit. Het duurt maar even. Een, twee, drie seconden. Dan heb ik weer controle over mijn gedachten.

Het is de machteloosheid, die mijn spieren doen verslappen, en met een diepe zucht zakken mijn armen slap weg langs mijn lichaam.

Waarom?

Waarom is Riet overleden?

Wat is de reden, dat zij mijn leven heeft verlaten. We kunnen samen nog zo veel varen, kunnen beleven, kunnen ervaren. Samen van onze ouderdom genieten.

Maar dat mag niet. Dat kan niet.

Ik zie dat verschrikkelijke beeld voor me en hoor de man nog zeggen:

"Wil er iemand nog iets zeggen?"

En dan die rits, die traag haar gezicht doet verdwijnen. De baar, die de gang in geduwd wordt, bijgestaan door mijn kleinste kleinzoon. De wegrijdende auto en de man met zijn hond.

Hoe onwerkelijk is dit allemaal.

Opnieuw laait de woede in mij op, bijgestaan door een machteloos gevoel.

 

De dood is definitief.

Riet hield hier op.

Geef het een plek en kom tot rust.

Herinner je de mooie gebeurtenissen met haar.

Mooie woorden, maar realiteit is hard.

 

© Henk M. van Oosterwijk