Advertentie:

(Klik op de advertentie.)
* * * * * * * * * * * * * * * * * * LEUKE BOEKEN VOOR UW VAKANTIE:. Klik op de boeken voor meer informatie. .

Hoeveel keer nog?

Hoeveel keer nog?"

Deze vraag wordt door mijn taxichauffeuse gesteld, terwijl ze achter haar wagen doorloopt. Ze stapt achter het stuur en kijkt me aan.

"Ik was nu voor de tiende keer," antwoord ik, "nu nog vijfentwintig keer."

"Soo, da's een hele hoop." Ze spreekt met een Rotterdams accent.

"Nog vijf weken dus," zeg ik er achteraan.

Ze start de wagen en rijdt langzaam de oprijlaan van het Verbeeten Instituut af, terwijl haar mond onophoudelijk woorden produceert.

"Ikzelf heb vijf bestralingen gehad. Dat duurde me allemaal te lang hier in Breda. Ik zeg tegen mijn verzekering: joh, ken ik niet naar Rotterdam? En da kon. Maar veel schoot ik er niet mee op. Het scheelde een week. Maar ja, alles is meegenomen als het over kanker gaat. Want die kanker, da weet wat. Mijn man had ook kanker. Hij had wa pijn op zijn borst. Ik zei nog: ga naar de huisarts. Maar nee, de vent had het druk en de pijn viel allemaal nog mee, zeit'ie. Dus hij blijft lope met die pijn en ik denk bij me eige: die krijgt vandaag of morgen een hartaanval. Ik ken die pijn. Ik heb een lichte gehad. Nou doen mijn ribben zeer, maar ik ken het verschil goed tussen ribben en hartpijnnen"

Even houdt ze haar adem in, als we de snelweg oprijden.

"Mijn vrouw......," probeer ik dan, maar mijn chauffeuse ratelt gewoon door zonder naar mij te luisteren of te kijken.

"Hij was eigenwijs. Hij kon al moeilijk slikken en zijn stem werd ook minder.” Er valt even een stilte. “Heb jij pijn?"

Nu draait ze haar gezicht toch mijn richting in.

"Ik euh, nee."

"Hij wel. Uiteindelijk is ie naar de dokter gegaan en die stuurde hem naar de cardioloog. Ken je da? Mot je eerst weer vier weken wachte, voor je daar terecht ken en dan zegt die vent tegen je, dat ie niks aan zijn hart mankeert. Hadde ze verdorie een longfoto gemaakt, dan hadde ze da gezwel tenminste gezien. Maar nu moes ie eerst weer naar een andere dokter. Och, achteraf bekeken was het toch allang te laat. Hij was nie meer te helpe. Maar goed, krijgt mijn dochter ook nog een bestraling. Vijf keer. Toen was dat gelukkig weer goed. En dan komt die hond er nog bij. Wat een rottijd. We ontdekten een groot gezwel bij onze hond. Ook kanker. We waren wel goed verzekerd, maar ze was al oud en die kanker was ook al te ver doorgedrongen. Het beessie had geen kwaliteit van leven meer, dus hebbe se het maar een spuitje gegeve."

We zijn intussen kilometers verder de snelweg afgedraaid en Oosterhout ingereden.

"En uw man," krijg ik er net nog tussen, als ze moet ademhalen.

"Mijn man? Die is binnen twee maande overleje. Een kankergezwel in zijn borst en veel te laat naar de dokter gegaan. Zijn slokdarm was aangetast, zijn lever totaal verkankert en het zat bij hem overal. Je ken natuurlijk nie voor elk pijnscheutje naar de arts, maar hij hèt ’t laten verslonzen. Je weet ’t eigelijk ook nie. Je mot gewoon een beetje geluk hebben. Woont u hier in deze appartementen?"

Ik knik en ze draait het parkeerterrein op.

"Nou, u nog sterkte met die bestralingen. Dat het goed moge aflope."

"U ook sterkte," roep ik, terwijl ik het portier dichtklap.

"En nog een prettige avond," hoor ik haar nog zeggen.

 

© Henk M. van Oosterwijk