Advertentie:

(Klik op de advertentie.)
* * * * * * * * * * * * * * * * * * LEUKE BOEKEN VOOR UW VAKANTIE:. Klik op de boeken voor meer informatie. .

Het rijbewijs (1967)

(Uit het boek "Mijn jeugdherinneringen")

Mijn vader is een doorzetter.

Als hij iets in z’n kop heeft, dan moet er dat ook komen. En het komt er.

In een eerder hoofdstuk vertelde ik over onze ‘Sprinkie’, de eekhoorn. Die had een buitenkooi nodig en die was in één dag tijd in elkaar getimmerd.

Er moest eens een konijnenberg gemaakt worden. Hij groef een gat van een meter diep en drie bij vier meter groot, voorzag die van ouwe gaas,  gooide het weer dicht en maakte er nog een zandberg op en een omheining bij. De holen groeven de konijnen zelf, maar het stond er binnen een week!

Ja, als hij zich iets voorneemt, dan moet het er komen of gebeuren!

 

We doen een sprong in de tijd: onze Wim en ik hebben allebei ons rijbewijs. En we rijden beiden met plezier een tweedehands autootje.

“Ik gaoj ok autorije,” beslist onze pa op een goede dag.

En ook vader koopt een auto en gaat het bijbehorende rijbewijs halen.

En wel in die genoemde volgorde!

Hij schaft eerst een tweedehands Volkswagen aan, ’n groene Kever. Laat er meteen een dubbele bediening in aanbrengen en gaat er mee lessen!

Vijfenvijftig jaar is hij nou!

Hij neemt lessen in zijn eigen wagen bij rijschool Schellekens uit Dongen, maar wil tussendoor zo veel mogelijk rij-uren maken.

“Henk, jonge,” zegt ie tegen mij, “ge mot ’s mee mijn gaon rije. Dan leer ik ’t wè vlugger en hoef nie zo veul lesse te betaole aon die rijschool.”

En zo geschiedt.

De wet staat het toe, dat iemand met een rijbewijs naast vader gaat zitten en hem laat rijden. Daar is de dubbele bediening voor: de extra rem en extra koppeling!

Dus ik op een zaterdagmiddag met ons vader mee. Hij heeft al wat lessen gehad van de rijschoolhouder en weet dus waar het contact, de gas en de rem zitten. En meer hoefde niet te weten!                   

Wij  met de VW de bossen in. Tenminste, we blijven wel op de verharde wegen. Het asfaltweggetje richting Dorst langs natuurbad Surae is lekker rustig en loopt bij het natuurzwembad rondom de parkeergelegenheden heen. En daar is dus ruimte zat om goed te kunnen oefenen met koppelen en schakelen, gas geven en afremmen.

Alles gaat prima.

Vanuit ons huis in de Ligstraot vertrekken we. Onze pa rijdt na enkele rijschoollessen redelijk goed en loodst ons goed door de Rijen heen.

 

Bij Surae aangekomen wil ik hem – na wat op en neer gerij - leren ‘keren op de weg’.  “Waant  dè ‘s nog ’n zwak punt,” volgens ons vader.

Er is geen fietser of hond in de buurt, dus we hebben alle tijd om het keren te oefenen. Het mee sturen en tegen sturen gaat echter allemaal niet zo vlot, als ik van hem verwacht en ik wordt een beetje ongeduldig.

“Dè is toch nie zo moeilijk pa, aandersom,” zeg ik tegen hem, als hij een stuurfoutje maakt. Maar ik denk, dat mijn uitspraken iets te fel zijn en hem een beetje opjutten! Onze pa kan af en toe ‘kort in de kèr’ zijn!

Plots geeft ie vol gas, denkt dat ie achteruit zal gaan, maar schiet met een ruk naar voren en duikt de langs de weg liggende sloot in! 

En ik ben door die onverwachte actie ook te laat om met die dubbele bediening te remmen! Kunde nagaan, dat er even met God gepraat wordt!

“Hoe kande me nou op zonne weg vlak langs n’n sloot laoten draaien!!!”

Ja, hoe kan ik!

We stappen allebei uit de auto en zien gelukkig, dat het een droge sloot is waar we in zitten.  Geluk bij een ongeluk!

Maar het Kevertje ligt met zijn buik op de grond en zijn voor- en achterwielen hangen vrij boven de berm en de sloot!  Wat nou??!!

Vader loopt eens een paar keer om het wagentje heen en gaat mogelijkheden bedenken om de auto uit de droge sloot te krijgen.

Ik moet van onze pa achter het stuur gaan zitten en zelf kruipt ie op de achterbank zo ver mogelijk naar achteren. Zo probeert hij door zijn gewicht in de schaal te brengen, de achterwielen aan de grond te krijgen.

Maar al gaan we zelfs met  z’n tweeën op de achterbumper staan, het wagentje beweegt helemaal niet; het ligt muurvast op zijn buik in het zand!

Na mij nog het een en ander goed duidelijk te hebben gemaakt over mijn manier van lesgeven, loopt ons vader mopperend naar café De Laat. Dat is een klein kroegeske een paar honderd meter lopen vanaf de plek, waar we vast zitten. Het staat vlak langs de spoorlijn Breda – Rijen bij een onbewaakte overweg.  Even later komt hij met twee schoppen terug: een steekschop en een panneke.

 Zwijgend beginnen we aan het graafwerk en scheppen het zand net zo lang weg onder de volkswagen, totdat de vier wielen de grond raken en er tussen grond en autobodem nog wat ruimte over is.  

Voor het zover is, zijn we weer een groot uurtje en veel zweetdruppels verder!

Ik rijd daarna gemakkelijk de wagen uit de sloot en we brengen de twee schoppen terug naar café De Laat. Daar nemen we nog een limonaadje om toch iets terug te doen voor het lenen van het gereedschap. Daarna rijdt mijn vader zijn Volkswagentje zelf weer foutloos en veilig naar huis.

Niet helemaal foutloos en veilig.

Want wat gebeurt er, als we in de Laagstraat aankomen en vader de auto den dam op wil rijden? Iets heel onschuldigs: we komen een patrouillewagen van de politie tegen!

De politieagent, die alleen in de auto zit, is waarschijnlijk onderweg naar huis voor een bakske koffie: hij heeft ons helemaal niet opgemerkt.

Maar ons vader let wel op de politie en te weinig op onze dam! Hij is even niet geconcentreerd aan het auto besturen!  Hij neemt daardoor de bocht te ruim en schiet op een boom af, die naast onze inrit staat.

Nu zit ik wel met mijn voet op het rempedaal, maar net iets te laat. De VW raakt de boom zachtjes, maar net hard genoeg om een flinke deuk in het linker voorspatbord te veroorzaken!

Met een behoorlijke krachtterm schakelt ons vader achteruit en rijdt alsnog de wagen onze dam op. We stappen uit en kijken eerst, waar de politie gebleven is.

Die is gewoon door gereden! Heeft helemaal niks gezien! Die heeft waarschijnlijk andere zorgen aan zijn kop!

We lopen terug onze werft op om de schade aan het spatbord op te nemen. Een hoop gemopper van ons vader natuurlijk, maar: “Dieje deuk slaoi ik er zelf wel uit,” is zijn conclusie.  En dat doet ie!

Maar ik heb ons vader nooit geen rijles meer hoeven te gegeven!

 

Gied Schaerlaeckens, een ouwe maot van hem, heeft al jaren een rijbewijs. En ondanks dat Gied geen auto heeft en nooit rijdt, geeft hij onze pa de nodige bijlessen. Tenminste: hij neemt plaats naast ons vader in de VW.

“As ik mar iemand neffe me heb zitte meej ’n rijbewijs,” zegt ie tegen anderen. “Ik wit zelf wel, hoe’k mot rije!”

En dat gaat goed, want na een keer of drie vier opgaan heeft vader zijn zo begeerde rijbewijs. Hij sloopt de dubbele bediening uit de auto. Die is nimmer nodig en wordt te koop aangeboden.

Over die dramatische rijles door de bossen en bij Surae: daar hebben we later weer dikwijls om moeten lachen!

En onze pa is blijven rijden tot zijn drieëntachtigste !!!

 

Copyright Henk M. van Oosterwijk.

Boek 'Mijn jeugdherinneringen'te bestellen bij www.boekenbestellen.nl .