Advertentie:

(Klik op de advertentie.)
* * * * * * * * * * * * * * * * * * LEUKE BOEKEN VOOR UW VAKANTIE:. Klik op de boeken voor meer informatie. .

Familietraditie

Wij hebben in de jaren 40, 50 en 60 van de vorige eeuw een traditionele nieuwjaarsviering in de familie. Niet zozeer in de 'van Oosterwijk-tak’, maar wel in de familie van ons moeder, Mina Sestig. Geboren als echte Oosterhoutse 'op de Vurraai' (wat negatief klinkt, maar daar woonden ook normale lieve mensen) is ze onze pa, Kees van Oosterwijk, ergens tegen gekomen. Ze werkt dan in Rijen, als schoenstikster bij de firma Klerkx op het 'Martveld', en als zestienjarige komt ze haar Kees tegen, als ze via de Vijf Eikenweg, in Rijen de Oosterhoutseweg genoemd, naar huis fietst.

Misschien ging het zo. Misschien ging het anders. Ze hebben het nooit aan ons verteld.

Het kan ook zijn, dat ze elkaar in Oosterhout leerden kennen. Vader Kees gaat daar 's zondags dansen. Als ik nu door de Ridderstraat langs het Slotpark rijdt, beeld ik me in, dat onze ouders achter een van die reusachtige bomen hebben staan vríjen.

 

Ik weet het niet.

Ons moeder liet nooit wat los over de acht jaren, dat ze verkering heeft gehad met pa. Ons vader vertelt in onze jeugdtijd sporadisch tegen vrienden en kennissen wel eens stoere verhalen, die ik dan zittend op de achtergrond meeluister. Maar veel is daar jammer genoeg niet van blijven hangen.

Na die acht jaren verkering trouwen ze in het crisisjaar 1939 en blijven zevenenvijftig jaar lang bij elkaar. Als in 1996 ons vader overlijdt, gaat ons ma nog zeventien jaar alleen door en overlijdt tenslotte in 2013 op zesennegentigjarige leeftijd.

 

Maar nu de nieuwjaar traditie.

Het is in onze Oosterhoutse familie een ongeschreven wet, dat alle jongere broers en zusters eerst bij de oudste zoon nieuwjaar komen wensen en daarna op volgorde van leeftijd de andere familieleden bezoeken, waar koffie geschonken wordt. Meestal komt er echter bier en jonge jenever en bessenjenever op tafel. Nou, ge kunt op je vingers natellen, wat er die dag allemaal gebeurde: ze zijn met z’n zevenen, dus er zijn tenminste zes adressen te bezoeken, want soms wordt er een bezoek aan een goede kennis tussengevoegd!

 

Oudste zoon van 'Wiebes' Sestig en Catrien de Vos is Jantje Sestig, de legendarische voetballer van TSC en onze ome Jan. Als je zorgt, dat je op een redelijke vroege tijd bij ome Jan en tante Anna bent, dan tref je al een groot gedeelte van de Sestig'ers, die met drie jongens en vier meiden een gezin vormden. Dat scheelde dan weer een aantal huisbezoeken voor ons.

Oudste dochter was tante Mie, getrouwd met ome Willem de Stop. Zij is een tweede kans om de rest van de familie aan te treffen. Lukt het niet om meerdere ooms en tantes daar te ontmoeten, dan moet je het leeftijdsrijtje af: ome Frans, tante Anna, ome Willem Sestig en tante Pietje.

 

Toen we klein waren, telden we aan het eind van de dag ons snoepwerk en ontvangen geld, want dat was ons nieuwjaarsfeestje. Maar als je de zestienjarige leeftijd hebt bereikt (bij sommigen wat eerder) dan krijg je een drankje aangeboden, zoals Exota limonade, donker bier (3% alcohol) of een pilsje.

Deze traditie houd ik in ere tot mijn zesentwintigste. Riet en Ik wonen dan in in Breda, waar onze eerste zoon Raymond wordt geboren. Waarom we stoppen? Ik weet het niet.

 

Een jaar is me altijd bijgebleven: de jaarwisseling van 1959 naar 1960.

Ik ben zestien jaar, sta als doelman in het eerste van RAC (2e klasse) en vier de jaarwisseling met voetbalvrienden. En hierbij worden best een paar pilsjes genuttigd. Ge kunt met een gerust hart stellen, dat we er niet in spouwen!

Als ik op de eerste dag van het nieuwe jaar wakker wordt met een stevige kater, zijn mijn ouders met broertje Wim al lang naar Oosterhout vertrokken.

Het is al half in de middag, als ik mijn brommer start. Een groene Typhoon met een stoere grote benzinetank, die ik tweedehands met op een leerlooierij zelf verdiend geld in september heb gekocht. Met mijn duffe kop rijd ik richten Oosterhout.

'Als ik nou naar tante Mie rij, dan tref ik misschien heel de familie,’ bedenk ik bij mezelf. Dus stuur ik mijn Typhoon De Besterd in en parkeer hem binnen de poort van mijn oom en tante.

 

Ik loop via de achterdeur en de keuken naar binnen. Tante Mie zit op de bank in de woonkamer. Ik kijk verbaasd in het rond. Niemand!

Geen zoon of dochter, geen enkel familielid, geen mens zit hierbinnen. Alleen tante Mie dus.

"Hallo Henk," lacht ze me toe. Ik schud haar de hand en kus haar op beide wangen. "Ge bent laot. Alles is al weg."

"Mokt niks uit, tante Mie. Ik kom vur jou en ome Willem. En die kom ik wel ergens aanders tege," zeg ik lachend.

"Gao zitte, jonge," en ze wees naar een van de fauteuils, "wa wilde drinke?"

Ze keek me vriendelijk aan.

"Iets fris of zo. Exota?" Ik gooi mijn winterjas over een stoel en ga zitten.

"Ik wit wel, da ge ok un pilske lust," lachte mijn tante me toe, "mar de familie hèt hier alles opgezope. Luste nun borrel? Da’s ut enige, wa’k nog heb."

Ik heb nog nooit sterke drank gedronken! Bovendien zit ik nog met een behoorlijke kater, overgebleven van de jaarwisseling en moet weer terug op de brommer.

"Neije," was mijn reactie, "een frisdraankske is gied."

"Da he'k ok nimmer," vervolgt tante Mie. "ik gif oe wel nun borrel.

Ondanks al mijn tegenwerpingen neemt ze een - voor mij - te groot borrelglas uit de kast en schenkt die tot het randje vol.

"Zo jonge, ge bent nun grote vent, dus drink mar lekker op."

Ik zie aan haar ogen, dat ze me liever een frisdrankje of een biertje zou hebben gegeven, maar de drank is op. Ze kan niet anders. Een blik op het etiket van de fles vertelde me, dat ik een borrel oude jenever voor me heb staan. Oude jenever! Verdorie, die is straf!

"Hedde't vannacht ok gevierd?" vraag ik belangstellend. Ik ruik intussen even aan de borrel en de sterke geur doet me al zwijmelen.

"We zen op tijd naor bed gegaan," antwoordt tante Mie, "want we moste toch optijd wakker zèn vur de familie.'

 

"Proost"!

Ik hef het borrelglas richting mijn tante en breng het voorzichtig naar mijn lippen. De sterke jenevergeur doet me twijfelen en ik zet de borrel terug voor me op tafel. Ik kijk tante Mie aan. Zij reageert niet. Denkt even na. Vraagt dan aan mij: "Gij staot toch al in ut irste van RAC? Hoe voelt da? Onze Jan waar nun goeie voetballer bij TSC."

Ik knik. ‘Uitstel van executie, als ik blijf praten,’ denk ik bij mezelf.  

"Ome Jan wilde, da'k naor TSC kwam, mar ik ben nun Rijese. Ik blijf RAC trouw."

"Groot gelijk," reageert ze. "Onze Jan ging ok naor Longa in Tilburg. Mar kwam nao un half jaor wir t'rug. Hij kon nie wenne. Drink toch oewe borrel jonge."

Tante Mie is zo’n goede tante, Zo lief voor mij. Ik moet die borrel voor haar wegwerken. Ik kan niet anders. Dan maar ineens, besluit ik.

Ik pak de borrel vast, hef hem nog een keer richting tante Mie en sla hem in een keer achterover.

 

Brrrrrrrrr.

Ik voel de oude jenever mijn tong en gehemelte aantasten. Dan glijdt de zwaar alcoholische vloeistof mijn keelgat in en veroorzaakt langzaam een brandende werking in mijn keel, slokdarm en uiteindelijk in mijn maag. Hét bloed stijgt me naar het hoofd. De vlammen slaan uit mijn keel en ik wil die het liefst blussen met een koude frisdrank. Maar die is er niet!

"Luste nog un borreltje," vraagt mijn lieve tante.

"Neije," antwoord ik schor. "Gif me mär un glas waoter."

Ze reikt me een glas water aan, dat ik ook ineens naar binnen slok. Het koele vocht blust even het vurige borreltje, maar opnieuw brandt mijn mond, keel en maag. Ik loop zelf snel naar de keukenkraan om mijn glas nog een paar keer te vullen om door mijn keelgat te gooien. Het brandende gevoel wordt minder, maar ik houd er toch een nog katerig gevoel van over.

Ik kijk tante Mie aan. Zie ik daar een glimlach? Ze geniet misschien van mijn volwassenwording.

 

"Ik gaoj de rest van de familie us opzoeke," zeg ik uiteindelijk tegen haar.

“Doe da, jonge. En as ge ome Willem ziet, stuur um dan naor huis.”

Even later start ik de Typhoon en brom naar de Laanstraat. Naar tante Pietje en ome Jan van Ham. Daar tref ik de rest van de familie, gelukkig.  Maar een biertje of borrel krijgen ze er bij mij niet meer in.

"Verstandig, Henk," zegt tante Pietje tegen mij, "as ge mot rije, nie drinke!"

En zo is het.

 

© Henk M. van Oosterwijk

 

Ik wens jullie allemaal een gezond en voorspoedig 2019.

Henk.