Advertentie:

(Klik op de advertentie.)
* * * * * * * * * * * * * * * * * * LEUKE BOEKEN VOOR UW VAKANTIE:. Klik op de boeken voor meer informatie. .

Acrobatiek

We leven in 1957

Ik ben veertien jaar oud en geniet van de zomervakantie. Het is best een zwaar jaar geweest op de Dongense MULO St.Gerardus Majella. Van half negen ’s morgens tot ’s middags kwart voor vier de lessen volgen, dan ook nog op school studie van vier uur tot half zes en dan thuis nog wat huiswerk maken dat je in de studieles niet af kreeg.

En ook nog op zaterdagmorgen naar school!

Een heel ander studieleven dan de jeugd nu beleeft. Maar ja, wij deden in drie jaar evenveel dan ze nu leren in vier schooljaren. Wij gingen niet naar Parijs of Berlijn, of op stage in Denemarken. Het was studeren, studeren en nog eens studeren. Daarna ging je gewoon werken en leerde je het vak van je collega’s.

Hier wil ik het overigens niet over hebben, want studie heeft niets met acrobatiek te maken.

 

Ik ben dus veertien, puber al een beetje (dat woord kennen we nog niet) en sport is mijn hobby. Ik ben een aantal jaren lid van gymnastiekvereniging FIT in Rijen, voetbal bij RAC en maak op de MULO kennis met volleybal, basketbal en atletiek. Ik wil niet zeggen, dat ik de beste ben, maar kan aardig mee in de top.

Deze zomer heb ik weer een abonnement van mijn ouders gekregen op zwembad Surea, gelegen in de Dorstse bossen, en maak daar veel gebruik van. En de eerder gescheiden baden, dames en herenzwempoel, zijn nu net gemengd. Een kans dus om op de meiden indruk te maken.

Op de hoge duikplank maak ik een handstandje, blijf even ondersteboven stil staan, en laat me dan langzaam naar voren zakken, zet me zachtjes af met de handen en kom met een mooie duik in het water terecht. Dit heb ik al vele keren gedemonstreerd tot het op een minder goede dag fout gaat.

 

Als er op een mooie zomerse middag een aantal meisjes vlak bij de duikplank zitten te giechelen, wil ik mijn kunstje weer eens vertonen. Ik maak de handstand, zak naar voren en laat de plank los. Met een zachte plons doorklief ik het water, met gestrekte armen en handen tegen elkaar. Ik sla met een zwemslag mijn armen langs mijn lichaam.

Dan raak ik de zandbodem.

Ik heb me niet ver genoeg voorover laten zakken en niet afgezet aan de plank. Vlak onder de duiktoren is het erg ondiep!

Gelukkig voel ik alleen maar die tik tegen de grond, wend mijn hoofd omhoog en kom boven water.

Ik wrijf het water uit mijn ogen en open ze. Rondom mij verspreid zich een grote rode vlek.

Het zwemwater kleurt rood!

Ik voel voorzichtig met mijn hand aan mijn kin. Het bloed loopt tussen mijn vingers door!

“Je bent gewond,” gillen de meiden, terwijl ik het strand op loop. “Je hebt een snee in je kin!”

Twee meisjes brengen me naar de badmeester voor de eerste hulp. Eigenlijk had ik hun aandacht voor geheel andere dingen willen trekken, maar het noodlot bepaalde, dat ik op de Surea-bodem dook!

De badmeester bekijkt de wond, maakt hem schoon en schudt er een aardig flesje jodium in. Mijn gezicht vertrekt zich door de bijtende pijn in de wond. Er worden ook enkele vlinderpleisters op de snee geplakt. Daarna stuurt hij me meteen door naar een huisarts.

 

De meisjes zijn intussen verdwenen en eenzaam en alleen fiets ik door het Vijf Eikenbos naar dokter van Ardennen in Rijen. Die naait de wond, welke loopt vanaf mijn rechtermondhoek tot bijna onder mijn kin, met vier hechtingen dicht en legt me uit, dat het beter is om enkele weken niet met dit letsel in het Surea-water te komen.

Zo eindigt acrobatiek in een litteken.

Wel macho natuurlijk, zo’n litteken op je kin, maar ook het woord ‘macho’ kennen we nog niet.

 

© Henk M. van Oosterwijk